Ga naar de inhoud

Neurodiversiteit en toegankelijkheid

Door Saskia Schepers van Saskia Schepers Consultancy

Een toegankelijke website moet niet alleen prettig werken voor blinden en doven, maar ook voor mensen met een neurodivergent brein. Deze mensen zijn anders 'bedraad' dan mensen met een neurotypisch brein. Denk bijvoorbeeld aan autisme, hoogsensitiviteit en dyslexie. Waar moet je dan op letten? Saskia Schepers, auteur van 'Alle breinen werken', doet een boekje open.

Video

Uitgeschreven tekst van de video

Presentatie

neuro-inclusief-content-design-ncdt-2024.pdf (1 MB)
(Deze pdf voldoet niet aan de toegankelijkseisen.)

Neuro-inclusief ontwerp

Een website die goed werkt voor neurodiverse heeft een neuro-inclusief ontwerp. Dat gaat over vormgeving, maar ook over duidelijkheid en consistentie. In een formulier moet het bijvoorbeeld duidelijk zijn wat je moet invullen en waarom.

Sommige neurodivergente mensen nemen taal heel letterlijk. Voor hen is het extra belangrijk dat je tekst direct duidelijk is. En zo zijn er nog veel meer zaken waar je op kunt letten bij een neuro-inclusief design.

Saskia Schepers

Saskia is consultant leiderschaps- en teamontwikkeling en expert op het gebied van neurodiversiteit. Ze is een creatieve geest met jarenlange HR-ervaring en een achtergrond in Organisatiewetenschappen. Ze geeft lezingen, workshops en masterclasses over neurodiversiteit op de werkvloer. Tevens is zij de auteur van de bestseller ‘Als alle breinen werken’.

Saskia Schepers op het NCDT 2024

Transcript

[Renata] De volgende spreker gaat ons daar wat meer over vertellen. Zij is de auteur van het boek: 'Alle breinen werken' en gaat ons meenemen in de wereld van neurodivergente breinen. En dan moet je denken aan autisme, hoogsensitiviteit, dyslexie. Interessant onderwerp.

Ik heb zelf een hoogsensitief kind. Het heeft een paar jaar geduurd voordat ik daar achter was en begreep aan welke knoppen ik moest draaien. En dat heeft mij ontzettend geholpen en dat heeft best wel gevolgen voor hoe je informatie moet aanbieden.

En ik ben heel benieuwd wat Saskia Schepers ons daarover gaat vertellen. Welkom Saskia.

[APPLAUS]

[Renata] En jij gaat ons iets vertellen over de norm oprekken.

[Saskia] Zeker.

[Renata] Ik ben heel nieuwsgierig.

[Saskia] Dankjewel. Hele mooie brug al, heb je gemaakt. Goedemorgen. Normaal heb ik 60 tot 90 minuten spreektijd. Ik kan hélemaal los over dit onderwerp, maar ik heb 30 minuten. Zet hem op. Oké, ik ben niet iemand met een achtergrond in content design.

Ik ben iemand met een achtergrond in HR. En een aantal jaar geleden raakte ik bevlogen over het onderwerp neurodiversiteit. Voor wie is neurodiversiteit een heel nieuw woord?

[In de zaal gaan enkele vingers omhoog]

[Saskia] Het is ook een nieuw woord. Het wordt wel steeds bekender en dan nog heb je niet altijd daar de juiste betekenis bij. Oké, ik ga ook niet te veel over mezelf vertellen. Zonde van de tijd, ik heb zendingsdrang.

Oké. Ik heb een paar mooie voorbeelden even gepakt voordat we neurodiversiteit gaan uitleggen. Waar nou mogelijke hiccups zijn. Ik heb ooit ook het Neurodiversiteit Netwerk Nederland opgericht en dan organiseren wij seminars en daar zitten per definitie heel veel neurodivergenten, zoals mensen, autistische breinen, hoogsensitieve breinen.

En toen kreeg ik op een gegeven moment, toen mensen moesten registreren, een appje. Wat is hier nou de bedoeling? Hij zei ook zelf: "Sorry, ik denk dat het een autistische vraag is." Maar dat is het nooit. Het is een normale vraag, alleen valt het sommige mensen als eerste op. Is 1 nou de hoogste of 7 nou de hoogste voorkeur?

[Het presentatiescherm toont een formulier met een aantal trainingen. Met de getallen 1 tot en met 7 moet je aangeven welke training je voorkeur heeft.]

[Saskia] Degene die dit maakt, die vindt dat volstrekt logisch. Maar dan blijken er dus meer soorten logisch. En dat klopt ook. Toen dacht ik: ja, je kunt er ook heel anders naar kijken. Niet duidelijk. Ik weet niet hoe dat met jullie zit?

[Het presentatiescherm toont een captcha met een onduidelijke afbeelding van een fiets.]

[Saskia] Wat staat hier nou? Is die schaduw dan nog een fiets? Dit is niet eens een fiets. Wat is dit nou? Herkennen jullie dit?

[Het presentatiescherm toont een captcha met onduidelijke cijfers en letters.]

[GELACH]

[Saskia] En dit is mijn eigen tekst en later zag ik: Saskia, je had het niet eens goed. Er staat gewoon een 4. Dus dat moest ik alweer opnieuw doen, weet je wel? Dus, wat is dit echt?

[Het presentatiescherm toont 2 knoppen op een website: ‘opslaan en nieuwe overboeking’ en ‘verder’.]

[Saskia] Of dit, een voorbeeld bij ABN Amro, dat is mijn laatste werkgever ook. Wat is nou de bedoeling? Als ik op die rechterknop druk, wat gebeurt er dan? Straks ben ik alles kwijt, kan ik weer opnieuw beginnen. Vette stress. Ja? We zijn aangehaakt, hè? Dit is herkenbare toestanden, zijn dit.

Oké, ik heb toch een korte agenda voor jullie, want in die 30 minuten is het sommige mensen toch fijn dat er een agenda is. Ik niet, ik kom er door mijn verhaal helemaal goed.

Maar er zijn meer gestructureerde breinen dan ik hier en die vinden het heel fijn dat er toch een kop in een staart is en waar is Saskia in haar verhaal en is er al pauze, weet ik het, hè?

Dus voor die meer gestructureerde breinen, heb ik een agenda toegevoegd. Dat is ook een beetje het idee van: oprekken van de norm.

Ik ga jullie wat uitleggen wat neurodiversiteit is, ook in mijn visie. Waarom neuro-inclusief design belangrijk is en dat hoorde ik net al gezegd worden, dus daar kan ik mooi op aansluiten. En je design inclusiever maken met de ogen van neurodiversiteit op dit onderwerp.

Wat is neurodiversiteit? Neurodiversiteit is niets anders dan een natuurlijke variatie in brein, geest en bedrading. Er bestaat niet zoiets als een standaard brein. Er bestaat ook niet iets als een standaard bloem.

En daarom gebruik ik altijd dit boeket. Vinden we fantastisch, mooie variatie. We vinden een roos, geen tulp met een stoornis.

[GELACH]

[Saskia] Het zit ergens wel of geen doorns aan, wel of niet normaal, slaat nergens op. Maar met breinen doen we dat wel. Dan zeggen we: Dit is een normaal brein en dit is een abnormaal brein.

Maar zo is het niet. Normaal en abnormaal zijn sociale constructen. En wij hebben heel veel hokjes gemaakt die eigenlijk heel fluïde blijken.

Maar er zijn wel gangbare en minder gangbare breinen. De diversiteit in denken, voelen, informatie verwerken, leren, communiceren. Daar hebben we een gangbare manier voor in de maatschappij en een minder gangbare manier.

En de neurodiversiteit kun je een beetje zien als 80/20. 80% van de mensen heeft een gangbaar brein, 20% van de mensen een minder gangbaar brein. Oké, minder gangbaar, dat noemen we ook wel neurodivergent. Ingewikkeld woord. Je kunt dat ook zien als: anders bedraad. Dat klinkt wat sympathieker, hè? Anders bedraad.

Minder gangbaar komt in heel veel vormen. Er zijn er tallozen. Dat is echt een enorme parapluterm, maar ik pak er een aantal bekende bij die ook relevant zijn voor dit onderwerp. Hoogsensitief, dus ook gevoelig voor felle kleuren of harde filmpjes of beweging of dergelijke. Dyslexie, evident, hè? Ingewikkelde dingen om te lezen.

Dyspraxie, heeft te maken met fijne en grove motoriek. Dus als iets heel nauwkeurig moet, kan het een punt zijn. ADHD, kwestie van afgeleid zijn of onder tijdsdruk dingen niet lekker werken. En autistisch, ik heb nu begrepen dat het percentage 2,7% is.

Dat is misschien voortschrijdend inzicht. Natuurlijk ook te maken met behoefte aan dat dingen duidelijk zijn, gestructureerd zijn en helder zijn. En dat zo'n knop ook duidelijk is: wat gebeurt er als ik hierop ga drukken?

Er bestaat ook iets als synesthesie. Dat kennen jullie vast niet. Jij kent het wel. Maar de meeste mensen kennen dat niet. En daarom pak ik die er ook altijd nog bij als mooi voorbeeld. Synesthesie is een opmerkelijke combinatie van zintuigelijke waarnemingen.

Mensen die kunnen vormen horen, kleuren proeven, of ze zien kleuren bij letters. Dan wordt het een soort regenboog wat je leest. Dat is ook een heel interessante breinvariant. En ik gebruik die meer als voorbeeld van een interessante breinvariant. Dan denk je: vormen horen, hoe werkt dat dan?

En die fascinatie moet je eigenlijk hebben voor elk breintype of breinvariant. Mij zul je niet het woord label of stoornis horen zeggen. Breinvariant. Bedoeld om zo te zijn.

Neurodiversiteit gaat om het loslaten van een medisch model naar een sociaal model. Neurodiversiteit gaat ook over collectieve intelligentie. In neurodiversiteit noemen we verschillende breintypen: cognitieve specialisaties. Dat klinkt heel anders dan stoornis. Een bepaald type brein wordt toegevoegd aan een collectieve intelligentie.

Autistische breinen waren vroeger de breinen in die de verte konden zien: Zijn het besjes die ik zie glinsteren of de ogen van een roofdier? Die mate van focus was het verschil tussen eten en opgegeten worden.

ADHD'ers, de jagers-verzamelaars. Gemaakt voor het zoeken van voedsel en onderdak, beweeglijke mensen, actie gericht. Bedoeld om zo te zijn. Unieke toevoegde waarde aan ons als menselijke soort.

En dat is dus echt een twist in denken van: er is iets mis met iemand. Jouw brein is stuk, dat moeten we oplossen. Nee, dit gaat over context denken. In de juiste context gedijt zo iemand prima. Dus ook met het juiste design, kan iemand gewoon prima informatie tot zich nemen.

Medisch model, sociaal model, dat is een heel belangrijk vertrekpunt in neurodiversiteit. Niet de persoon is beperkt, maar de omgeving is beperkend.

Waarom neuroinclusief design? En dat hoorde ik net al zeggen. In neurodiversiteit en ik richt me vaak op de werkvloer, dus ook hoe mensen wervings-selectie processen, talentontwikkeling, samenwerkingsverbanden, vergaderen, dat soort dingen. Daar kijk je ook naar met een blik van neurodiversiteit.

En dan zien we dat alles wat je doet om rekening te houden met verschillende breintypen, dat iedereen daarbij gedijt. Iedereen gedijt bij wat meer beeldmateriaal, of dat het wat duidelijker is, of dat er meer informatie is, of dat er meer keuzes zijn.

Dat is mooi om te zien, dat wat je ook doet, doe je voor veel meer mensen en uiteindelijk voor iedereen. En dat hoorde ik net ook al zeggen: "We hebben allemaal tijden of momenten dat we behoefte hebben aan wat meer duidelijkheid, bijvoorbeeld.

Neurodivergenten, dus de mensen met een iets andere bedrading, voelen zich vaak dat vierkantje wat door een rondje moet. De maatschappij, de organisatie, heel veel dingen waar je mee werkt, zijn ingericht op die 80% neurotypische meerderheid. Dus voor heel veel mensen knelt hier en daar het systeem. Wat dat ook mag zijn, het systeem.

Kan in het onderwijs zijn, kan op de werkvloer zijn, kan alle interactie met digitale toegankelijkheid zijn. Mensen die zich vaak hun hele leven anders hebben gevoeld. Die zitten hier natuurlijk ook.

Die zijn opgegroeid met: "Je bent te dit, je bent te dat. Je zou eens wat meer sociaal moeten zijn. Laat dat meer van jezelf zien. Doe nou eens rustig, zit nou eens stil." Dus dat is vaak je achtergrond, als je een ander bedraad brein hebt.

En dat is goed om te weten van: Alles wat je kan wegnemen aan hordes voor mensen, is mooi meegenomen, is superfijn. Er is al genoeg wat schuurt. Dus dat is het. Het helpt gewoon iedereen. We hebben allemaal wel eens te maken met stressvolle dag, dat iets heel afleidend is.

Ik hoor het al in de trein. We moeten multitasken, thuis dingen aan de hand. En jullie weten allemaal nu wat het is om prikkels te hebben, sinds de pandemie. Na de pandemie ging iedereen een keer weer naar een concert of een restaurant of de bioscoop en dacht je zo …

Toen hebben we allemaal geleerd wat prikkels zijn en dat we daar weer aan moesten wennen. Dus de tijd heeft ons heel erg geholpen om aandacht te krijgen voor dit onderwerp.

En wat is nou design dat knelt? Want dat is jullie primaire interesse vandaag. Er zijn een aantal dingen waar je goed aan kunt denken. Druk ontwerp, overal verschillende kleuren, verschillende lettertypes, andere overzichten. Het loopt een beetje door mekaar heen.

Felle kleuren die voor sommige mensen echt heel intens kunnen zijn. Dan kan dit soort licht al, voor mij is het prima, maar dit soort licht kan al je mentale inzetbaarheid verminderen. Een te kleine knop, denk aan mensen met dyspraxie, met motoriek problemen dat je heel erg moet pielen om het aan te kunnen klikken.

Een spelling-eis. Daar kun je je voorstellen hoe frustrerend dat is, als dat je niet is ingegeven. Een hele lap tekst, of te kleine regelafstand, dat hoorde ik net ook al. Geen alinea's, veel te veel informatie op elkaar geplopt in een onoverzichtelijke desktop.

Tijdsdruk. Misschien wel dat je zo'n … Hoe noemen we dat? Zo'n zandlopertje zo ziet aflopen en dat jij helemaal … Ik moet eigenlijk nog over na, ik moet nog dit, ik moet nog dat. En ja, sorry, je kan weer opnieuw beginnen. Dat is vaak helemaal niet nodig.

Dus tijdsdruk kan een ding zijn en onvoorspelbaarheid als het gaat om: wat gebeurt er dan als ik op deze knop druk? Dan is het fijn als het op die knop staat, wat er gebeurt als je daar op klikt. Vinden we allemaal fijn.

Hoe kun je je design inclusiever maken, wetende dat dit soort dingen zijn om rekening mee te houden? Er zijn eigenlijk 5 insteken, 5 haakjes om naar dit onderwerp te kijken. Een toegankelijk simpel proces, zonder te veel haken en ogen. Het taalgebruik, of iets duidelijk is, daar begonnen we al mee.

Dat vinden jullie ook heel herkenbaar. Wat is nou eigenlijk de vraag hier? Dat het visueel aantrekkelijk is, niet te veel chaos en dat je keuzes hebt in je … Als het gaat om kleurgebruik, volgorde of dergelijke. Vriendelijke processen. Je hebt wel eens dat er staat van: je bent nu hier in het proces, stap 1 van 4.

Dat kan heel erg fijn ook zorgen dat je het volhoudt, dat je denkt: oké, ik vind het een heel gedoe, maar nog 2 stappen en dan ben ik er. Dat kan heel veel comfort geven aan de gebruiker. Processtappen beperken.

Soms dan moet je weer terug, of weer vooruit, of nog extra ergens op drukken, dan plopt er weer een scherm open en dat je niet meer weet hoe je weer terug moet. Als ik dat wegklik, wat gebeurt er dan? Dat herkennen jullie vast ook.

Dat je verdwaald raakt in het proces. Hoe simpeler, hoe beter. Dat er geen verwarring kan ontstaan: waar ben ik in mijn proces? Ook verduidelijken waarom een bepaalde stap nodig is, voor mensen die snel afgeleid zijn, dat ze snappen waarom het nodig is, blijkt ook heel erg te helpen.

Je doet dit omdat we dan deze informatie hebben, of we hebben deze informatie nodig om een stap verder te kunnen gaan. En grote klikbare acties, dat zagen we net ook, duidelijke knoppen. In plaats dat je heel erg moet zoeken of de details moet onderzoeken.

[Het presentatiescherm toont een afbeelding van Chrome met de tekst ‘Thanks for downloading! Just a few steps left. Your download will begin automatically. If it didn’t start, download Chrome manually.’ ]

[Saskia] Dus dit vond ik een heel mooi voorbeeld. Dat kan een tijdje duren. Je denkt van: oké, hij is nog een tijdje aan het downloaden. Maar dat je echt ziet van: je bent hier in het proces, je bent er bijna.

Eenduidige taal. Er zijn veel breinen die dingen echt letterlijk nemen. Dus ook spreekwoordelijke dingen kunnen vaak heel ingewikkeld overkomen. Wat wordt hier nou precies bedoeld? Je zit te knikken, heb je een voorbeeld of je denkt: ik herken dat?

[Iemand in de zaal zegt iets dat onverstaanbaar is]

[Saskia] Heb je een voorbeeld? Dat is altijd leuk natuurlijk.

[Persoon in de zaal] Nee, helaas.

[Saskia] Taal op B1 niveau, goed leesbare taal. Uitdrukkingen zijn belangrijk: onnodig Engels. Ik geef veel van dit soort lezingen en dan zijn er wel eens organisaties die zeggen: er mag geen enkel Engels woord in. Dat is een uitdaging. E-mail mag dan nog wel. Maar dat is best wel zoeken naar gewoon eenduidige taal.

Jargongebruik. Dat heb je niet in de gaten, maar als je meteen verplaatst in een andere wereld hoor je woorden waar je geen wijs uit kan. Er is heel veel gebruik wat voor een ander niet te begrijpen is. En dingen vermijden als italic, onderstreep of hoofdletters.

Dat is allemaal onnodige visuele input. Sta je ook niet zo bij stil. Je wil iets duidelijk maken en allerlei varianten kiezen. Maar het is onnodig verwarrend voor bepaalde breinen.

Duidelijk en consistent. Ik merk het ook al met mijn presentaties, deze is dan voor jullie gemaakt, maar ik heb er ook eentje standaard over neurodiversiteit en dat vind ik leuk met plaatjes en afwisselende dingen. Maar er zijn ook mensen…

Ik raak ervan in de war, het is elke keer een ander format. Terwijl sommige breinen het heel fijn vinden dat het een standaard format is met hetzelfde lettertype, met dezelfde opbouw van een slide in dit geval. Dus dat is goed om over na te denken.

Dat afwisseling heel fijn kan zijn, maar voor sommige mensen verwarrend dat er elke keer iets is waar ze op moeten … Wat ze moeten schakelen.

Zo'n carrousel. Ja, herkenbaar? Ja, dat is op een gegeven moment hip. Maar je weet niet meer waar je bent in je proces en hoe vaak ik geen e-learning heb gedaan en dan klik ik daar op en dan moet je nog iets anders openklikken en dan klik ik het weg paf, dan ben je weer in het begin of je bent de draad kwijt. Het is de onnodige ballast.

Maar het feit dat jullie lachen, is het herkenbaar. Mensen ja, daar knap je niet van op. Nee. Het ziet er wel gaaf uit, vind ik ook. Maar het wekt heel erg verwarring op. Dat is ook een belangrijke: informatie niet te hoeven onthouden. Dat je dacht: wat heb ik daar nou net ingevuld?

Of: wat daarvan moest ik weer meenemen naar het volgende? Dat je weer terug moet, als het al kan, om informatie te onthouden. Voor breinen die snel afgeleid zijn. Dat is geen kwestie van IQ of wilskracht, gewoon type brein.

Heel belangrijk om te weten: maak het simpel en niet dat mensen informatie moeten opslaan, want ze zijn al bezig met iets wat mentaal inspannend is. Eenvoudige, consistente vormgeving, wat ik al zei, met presentaties, maar ook met websites is het fijn als het overzichtelijk is en als het herkenbaar is voor mensen.

En die beschrijvende voorspelbare knoppen. Wat gebeurt er als ik hier op klik? Waarschijnlijk ook nooit bij nagedacht. Al is het een hele duidelijke knop, niet van: wat gebeurt er? Voorspelbaarheid.

Visueel slim. Dat hebben jullie vandaag, daar vertel ik niks nieuws, de regelafstand, paginavulling. Heel fijn schreefloze letters, onnodige afleiding. Kleurgebruik bewust inzetten, het contrast, maar dat is voor jullie natuurlijk bekende kost.

Beeldmateriaal, lange teksten leesbaar maken. Voor dyslectische breinen is een hele lap tekst, het gaat allemaal dansen voor hun ogen. Het is heel ingewikkeld om te lezen. Lineaire logische vormgeving en duidelijke Icoontjes. Dat vind ik trouwens echt een vak apart.

Duidelijke Icoontjes. Ik heb in mijn boek een hele hilarische staan, maar de tijd is er niet naar om daar op in te gaan. Maar dat is altijd leuk om te gaan discussiëren: wat wordt er nu eigenlijk bedoeld met dit Icoontje?

[Het presentatiescherm toont 2 knoppen: een goede en een slechte. Links de goede knop. Die is grijs en heeft zwarte tekst. Rechts de slechte. Die is doorzichtig en heeft een dunne turquoise rand en turquoise tekst.]

[Saskia] Dit vind ik hele mooie voorbeelden van wat wel prettig is en minder prettig is. Zo simpel kan het zijn. Ik vind die rechter trouwens heel mooi. Ik hou ook van die kleur, maar de linker is veel duidelijker. De diepte, het is veel makkelijker vindbaar op een website. Herkenbaar? Denk ik: dat is een fijnere knop.

[Iemand in de zaal zegt iets dat onverstaanbaar is]

[Saskia] Je ziet wat er gebeurt, als je dit verschil nou ziet. Hij vertelt: Het is heel herkenbaar. Je ziet ook dat daar veel meer je oog naar toe wordt getrokken. Dat het een bepaald soort logische opbouw is.

[De persoon in de zaal zegt weer iets dat onverstaanbaar is]

[Saskia] Nee, precies. Ik vind dat heel aantrekkelijk, maar als je het naast elkaar ziet, denk je: hé, dat klopt. Daar is iets anders gaande.

[Het presentatiescherm toont 2 voorbeelden van hoe een webpagina is opgebouwd. Links de goede met een rustige, overzichtelijk opbouw. Rechts de slechte die veel drukker en onoverzichtelijker is.]

[Saskia] Dit is ook een mooi overzicht. Persoonlijk heb ik niet zoveel moeite met de rechter, maar als ik dan de linker zie, denk ik: maar dat is wel veel prettiger. En dat is met dit onderwerp. Als je er rekening mee houdt, zijn er veel meer mensen die daar meer comfort bij hebben.

Dus ik heb de linker niet nodig, maar als ik het naast elkaar zie, denk ik: maar dan heb ik daar wel voorkeur voor. Het is blijkbaar toch prettiger om deze informatie tot je te nemen. Dat zijn mooie voorbeelden, hè?

Ik heb ook referentiemateriaal waar je nog veel meer kan zien en dat je denkt: op zichzelf zou ik het niet herkennen, maar naast elkaar kan ik me voorstellen dat dit veel prettiger is om tot je te nemen.

En keuzes. Keuzes is sowieso in neurodiversiteit ontzettend fijn dat je kan kijken: wat past het beste bij mijn brein? Hoe vind ik het fijn om informatie tot me te nemen? Dit is ook een irritante: autoplay. Je klikt ergens op: paf.

Er komt iets onverwachts in your face, daar zit je helemaal niet op te wachten. Misschien met herrie, dus je schrikt je een hoedje. Doe dat niet. Dat er gewoon keuze is om daar op te klikken. Het is natuurlijk superfijn als het meteen gaat spelen.

Dat is commercieel vaak ook interessant, maar voor sommige breinen echt heel onprettig. Kunnen er even van ontregeld raken. Dit gaat om soms kleine dingen die veel impact hebben op mentale gesteldheid van de kijker.

Contrast of dark mode, dat zie ik steeds vaker dat je daarvoor kunt kiezen. Dat is superfijn. Dit gaat over iets toevoegen waardoor er keuze is voor de kijker. Transcripties van video en audiomateriaal en voor jullie is het misschien ook helemaal standaard, hoor.

Maar het is superfijn dat je keuzes hebt en hoe je dingen audio of visueel tot je kan nemen. De ene neemt informatie veel makkelijker horend op, de ander kijkend. Maar er zijn ook mensen die kunnen beelden heel erg moeilijk verwerken.

Dus in deze tijd met AI, dat je beelden ook kan omzetten in tekst. Dat soort dingen zijn al fantastisch. Misschien voor nu nog een beetje een stap te ver, maar er komt heel veel aan wat gaat helpen voor allerlei type breinen.

Hier krijg ik vaak applaus op, als ik in de corporate wereld vertel: de snelheid kunnen aanpassen van filmpjes. Voor ADHD-breinen met name. Je bent aan het afspelen en na 2 minuten denk je: waar ben ik? Opnieuw. Na 2 minuten, opnieuw.

Ik heb dat ook altijd dat je zo'n voicebericht op je WhatsApp dan hoger kan afspelen. Weet je wel? Na 30 seconden zit je er eens anders met je gedachten. Standaard het kunnen versnellen van het afspelen van filmpjes. Dat is een van de gouden tips.

En beweging kunnen uitzetten van die dingen die allemaal … Bewegen in het beeld kan voor sommige breinen ongelooflijk afleidend zijn. En je wilt dat mensen informatie tot zich nemen. Dat gaat dan niet meer. Dat is mentale belasting.

Dus recapituliserend, proces, taal, duidelijk, visueel en keuzes. Het is soms zo klein wat veel impact kan hebben op de gebruiker. Is met het hele onderwerp van neurodiversiteit, dat het ook kan zijn met keuzes. Wat vind je fijn als wij elkaar volgende week ontmoeten en het is niet live? Bellen of videobellen.

Soms is het dat, dat mensen herkennen ook, want de nieuwe norm is videobellen geworden. En wat fijn als je daar toch standaard de keuze in zou krijgen. Dus het is in dit soort dingen denken, keuzes. Hoe kunnen mensen het beste informatie tot zich nemen?

Uiteindelijk gaat het om 3 dingen. Hoe simpeler, hoe beter. Consistent. Dat mensen niet elke keer moeten schakelen in een nieuw format, nieuwe kleur of nieuwe volgorde en het betrekken van mensen. En dat is heel erg mooi dat … Ik zal nog een mooi voorbeeld geven uit de praktijk. Dat je breinen ook moet betrekken bij je informatie.

Als iets duidelijk is voor een autistisch brein, is het waarschijnlijk voor iedereen duidelijk. Ik heb een manager die ook elke keer mailt schreef. Die zegt: "Ik doe zo mijn best dat alles helemaal duidelijk is en er is altijd iemand, dezelfde persoon die naar me toe komt: Ik heb toch nog een vraag."

En dan zei ik: "Waarom betrek je iemand niet bij het tegenlezen van die mail?" Nooit bij nagedacht. Want als die alles beantwoord heeft gekregen in die mail, is het waarschijnlijk voor iedereen zo. Dus dat is de boodschap van dit verhaal. Betrek mensen die je kunnen helpen in leesbaarheid, in duidelijkheid, in consistentie.

Dat kunnen andere breinen beter of complementair zijn aan dat van je van jezelf. En één hilarische voorbeeld die op zich niet over dit onderwerp gaat, maar die vaak wel heel herkenbaar is: het verrassingsuitje.

[Iemand in de zaal zegt iets dat onverstaanbaar is]

[Saskia] Wat leuk. We gaan volgende week iets leuks doen. Je weet nog niet waar het is. Dat is een verrassing. Het wordt helemaal tof. We gaan nieuwe herinneringen maken. En toen zei een autistisch brein tegen mij: "Ik ga nieuwe trauma's opdoen." [GELACH EN APPLAUS]

[Saskia] Ik wilde het even toevoegen met ander soorten voorbeelden. En ik gaf zo'n lezing over neurodiversiteit, de lange versie, voor een groep communicatieprofessionals en die zeiden: "Wij hebben volgende week zo'n verrassingsuitje."

En toen hebben ze een QR-code toegevoegd, dat noemen zij de spoiler-QR, voor degenen die meer informatie wilden hebben. Dus dat je weet: hoe kom ik daar? Kan ik daar met het ov komen? Is er het voedsel wat ik nodig heb? Er zijn vaak voedselgevoeligheden in deze groep. Kan ik weg? Organiseer dus nooit iets op een boot.

[GELACH]

[Saskia] Dus hiermee ook een voorbeeld van: meer informatie, keuzes aanbieden en de mensen bij betrekken: hoe lees jij dit? Hoe ervaar jij dit? Hoe kan ik ervoor zorgen dat mensen comfortabel zijn? En dat gaat ook over als ze informatie tot zich moeten nemen.

Ik heb wat bronnen toegevoegd, maar voel je vrij om nog contact met me op te nemen. Ik heb mijn boek meegenomen wat veel meer over neurodiversiteit gaat dan over content design. Maar je wel leert met die bril van inclusie, neuro-inclusie, te kijken naar alles wat je doet.

Hij ligt daar met een QR-code. Kun je scannen, ik bemoei me daar verder niet mee. Dus als je het leuk vindt, neem hem mee. Dankjewel.

[APPLAUS]

[Renata] Blijf nog even staan. Dank Dankjewel. We hebben geen gestaan. Dankjewel Saskia. Fijn, we hebben nog even tijd.